Details
Naam
Vroom & Dreesmann (vm), Spui 3-5, Den Haag








































Aantal afbeeldingen: 40
IntroductieDe voormalige V&D kreeg na jarenlange (gedeeltelijke) leegstand in 2026 een nieuwe bestemming voor de universiteit Leiden.
AdresSpui 3-5, Spuistraat 63
Postcode(s)2511 BL
PlaatsDen Haag
LandNederland
Vervaardiger Jan Kuijt Wzn (Architect)
W.C. Brouwer (Kunstenaar)
W.A. van der Winkel (Kunstenaar)
A.P. Termote (Kunstenaar)
H.G.J. van Remmen (Kunstenaar)
Pieter Biesiot (Kunstenaar)
W.C. Brouwer (Kunstenaar)
W.A. van der Winkel (Kunstenaar)
A.P. Termote (Kunstenaar)
H.G.J. van Remmen (Kunstenaar)
Pieter Biesiot (Kunstenaar)
Datum1928 - 1929
Huidige staatDeels uitgebreid of vernieuwd (nieuwbouw)
OpdrachtgeverVroom & Dreesmann
Huidige eigenaarUniversiteit Leiden
Oorspronkelijke functieWarenhuis
Huidige functieHoger Onderwijsgebouw
Type objectRijksmonument, Gebouw
Monumentnummer487567
AchtergrondDe uit Westfalen afkomstige Anton Dreesmann en de Groninger Willem Vroom startten in 1887 aan de Weesperstraat in Amsterdam een manufacturenwinkel onder de naam Vroom & Dreesmann. In 1893 kwam daar een winkel in Den Haag bij, waar zij stoffen, kleding, beddengoed en tapijten verkochten.
Eind jaren twintig was het in Den Haag tijd voor een nieuw gebouw. Het werd ontworpen door de huisarchitect Jan Kuijt. Dit gebouw verrees aan het Spui, met eveneens een nieuwe gevel aan de Spuistraat. De ingang aan het Spui betrof de toegang tot een brede passage - waarin een groot aantal vrijstaande vitrines - die over het binnenterrein verbonden was met de al bestaande winkel aan de Spuistraat.
Het prestigieuze gebouw ging de concurrentie aan met de in 1926 gereed gekomen De Bijenkorf van architect Piet Kramer, om de hoek in de Grote Marktstraat. Kuijt maakte in 1943 nog schetsen voor een nieuw warenhuis aan de Grote Marktstraat, maar het zou nog tot de jaren zestig duren voordat hier een nieuw gebouw zou verrijzen.
Ten tijde van de bouw in 1928-1929 stond links van de V&D nog het oorspronkelijke Asta theater van de architect J.W. van der Weele, waaraan ook Chris Lebeau een bijdrage had geleverd. Dit fraaie gebouw werd al in 1938 vervangen door de bakstenen gevel die er nog altijd staat en die in vormgeving aansluit op de V&D.
De gevel aan het Spui is een rijksmonument als voorbeeld van door de Amsterdamse School beïnvloede expressionistische architectuur uit de jaren twintig van de twintigste eeuw en als voorbeeld van geavanceerde warenhuisarchitectuur uit de genoemde periode.
Eind jaren twintig was het in Den Haag tijd voor een nieuw gebouw. Het werd ontworpen door de huisarchitect Jan Kuijt. Dit gebouw verrees aan het Spui, met eveneens een nieuwe gevel aan de Spuistraat. De ingang aan het Spui betrof de toegang tot een brede passage - waarin een groot aantal vrijstaande vitrines - die over het binnenterrein verbonden was met de al bestaande winkel aan de Spuistraat.
Het prestigieuze gebouw ging de concurrentie aan met de in 1926 gereed gekomen De Bijenkorf van architect Piet Kramer, om de hoek in de Grote Marktstraat. Kuijt maakte in 1943 nog schetsen voor een nieuw warenhuis aan de Grote Marktstraat, maar het zou nog tot de jaren zestig duren voordat hier een nieuw gebouw zou verrijzen.
Ten tijde van de bouw in 1928-1929 stond links van de V&D nog het oorspronkelijke Asta theater van de architect J.W. van der Weele, waaraan ook Chris Lebeau een bijdrage had geleverd. Dit fraaie gebouw werd al in 1938 vervangen door de bakstenen gevel die er nog altijd staat en die in vormgeving aansluit op de V&D.
De gevel aan het Spui is een rijksmonument als voorbeeld van door de Amsterdamse School beïnvloede expressionistische architectuur uit de jaren twintig van de twintigste eeuw en als voorbeeld van geavanceerde warenhuisarchitectuur uit de genoemde periode.
BeschrijvingDe ligging aan het Spui is altijd wat ongelukkig geweest en mist de ruimte die De Bijenkorf om zich heeft. Het is moeilijk om afstand te nemen van de gevel. Botine Koopmans schrijft dan ook: “Toch valt het gebouw, hoe karakteristiek ook met zijn granieten onderpui, niet echt op. In tegenstelling tot De Bijenkorf en Peek & Cloppenburg staat het in een rij en wordt mede door de relatief geringe breedte een beetje weggedrukt.“
Kuijt speelde leentjebuur bij zijn collega Kramer. Net als de Bijenkorf wordt het gebouw van V&D gekenmerkt door gebogen gemetselde muurvlakken, verticale ramen met glas in lood en is het royaal voorzien van beeldhouwwerk. De begane grond met de onderpui en de paraboolvormige passage (ingang personeel en trappenhuis) is in gepolijst graniet uitgevoerd. Het skelet is overigens van beton. Het geheel is wel een stuk minder uitbundig dan De Bijenkorf. Het is immers een paar jaar later ontworpen, en minder uitgesproken Amsterdamse School.
Meerdere beeldhouwers hebben het pand verfraaid: Albert Termote, W.C. Brouwer, Pieter Biesiot, H.G.J. van Remmen en W.A. van der Winkel. Het is niet zeker wie welk beeldhouwwerk heeft gemaakt, noch is altijd duidelijk wat de bedoeling is. De dynamiek van de tijd (stroomtreinen, vliegtuigen, kranen, auto's) is verbeeld op het reliëf op de linker gebogen wand bij de publieksingang. Op de andere gebogen wand zien we olifanten en kamelen die zorgen voor het transport van goederen. Soortgelijke taferelen zijn aan De Bijenkorf te zien. De twee laatstgenoemde reliëfs worden toegeschreven aan W.A. van der Winkel. Mens- en dierfiguren die in zandstenen blokken zijn uitgehouwen (van links naar rechts een vrouwenkop, de staf van Mercurius, hamer en tang, mannenkop, brandende toorts, geit hoorn des overvloeds, hand met spiegel, paard, en peinzende vrouw) dienen als consoles van de lijst die boven de verticale ramen is aangebracht. Ze zijn waarschijnlijk van Albert Termote. Terracotta reliëfs met dierfiguren zijn waarschijnlijk van W.C. Brouwer. Boven de entree stond de naam van het warenhuis in stoere bronzen letters.
De gevel van Kuijt aan de Spuistraat is in het kader van de herbestemming ontdaan van gevelplaten en aanbouwsels. De stilistische lijn van de voorgevel is hier doorgetrokken met identieke bakstenen, kleurrijk glas-in-loodvensters met kleine geometrische patronen, en gebeeldhouwde gevelbeelden. De middeleeuws aandoende mannenkoppen (zes stuks in totaal) zijn hoogstwaarschijnlijk van de hand van H.G.J. van Remmen. Wellicht heeft hij ook de haan bovenop het linkerdeel gemaakt. De enige archieffoto is uit 1966 en de gevel gaat hier al gedeeltelijk schuil achter een modernere pui. Wel is goed te zien hoe het linkerdeel eruit zag: in totaal zitten er zes glas-in-loodvensters boven elkaar met hieronder een reliëf waarvan onduidelijk is wat het voorstelt. Deze glas-in-loodvensters corresponderen met het trappenhuis.
Kuijt speelde leentjebuur bij zijn collega Kramer. Net als de Bijenkorf wordt het gebouw van V&D gekenmerkt door gebogen gemetselde muurvlakken, verticale ramen met glas in lood en is het royaal voorzien van beeldhouwwerk. De begane grond met de onderpui en de paraboolvormige passage (ingang personeel en trappenhuis) is in gepolijst graniet uitgevoerd. Het skelet is overigens van beton. Het geheel is wel een stuk minder uitbundig dan De Bijenkorf. Het is immers een paar jaar later ontworpen, en minder uitgesproken Amsterdamse School.
Meerdere beeldhouwers hebben het pand verfraaid: Albert Termote, W.C. Brouwer, Pieter Biesiot, H.G.J. van Remmen en W.A. van der Winkel. Het is niet zeker wie welk beeldhouwwerk heeft gemaakt, noch is altijd duidelijk wat de bedoeling is. De dynamiek van de tijd (stroomtreinen, vliegtuigen, kranen, auto's) is verbeeld op het reliëf op de linker gebogen wand bij de publieksingang. Op de andere gebogen wand zien we olifanten en kamelen die zorgen voor het transport van goederen. Soortgelijke taferelen zijn aan De Bijenkorf te zien. De twee laatstgenoemde reliëfs worden toegeschreven aan W.A. van der Winkel. Mens- en dierfiguren die in zandstenen blokken zijn uitgehouwen (van links naar rechts een vrouwenkop, de staf van Mercurius, hamer en tang, mannenkop, brandende toorts, geit hoorn des overvloeds, hand met spiegel, paard, en peinzende vrouw) dienen als consoles van de lijst die boven de verticale ramen is aangebracht. Ze zijn waarschijnlijk van Albert Termote. Terracotta reliëfs met dierfiguren zijn waarschijnlijk van W.C. Brouwer. Boven de entree stond de naam van het warenhuis in stoere bronzen letters.
De gevel van Kuijt aan de Spuistraat is in het kader van de herbestemming ontdaan van gevelplaten en aanbouwsels. De stilistische lijn van de voorgevel is hier doorgetrokken met identieke bakstenen, kleurrijk glas-in-loodvensters met kleine geometrische patronen, en gebeeldhouwde gevelbeelden. De middeleeuws aandoende mannenkoppen (zes stuks in totaal) zijn hoogstwaarschijnlijk van de hand van H.G.J. van Remmen. Wellicht heeft hij ook de haan bovenop het linkerdeel gemaakt. De enige archieffoto is uit 1966 en de gevel gaat hier al gedeeltelijk schuil achter een modernere pui. Wel is goed te zien hoe het linkerdeel eruit zag: in totaal zitten er zes glas-in-loodvensters boven elkaar met hieronder een reliëf waarvan onduidelijk is wat het voorstelt. Deze glas-in-loodvensters corresponderen met het trappenhuis.
InterieurVan het interieur zoals dat door Kuijt werd vormgegeven is vrijwel niets bewaard, op het trappenhuis achter de voormalige personeelsingang na. Het is zeker de moeite waard om de archieffoto's te bekijken om te zien wat - helaas - verloren is gegaan, met name de passage met fraaie vitrines. Deze waren mogelijk van de hand van H. Pander en Zonen.
Recente ontwikkelingenDe gevel is al jaren geleden, nog ten tijde van Vroom & Dreesmann, haar passagefunctie kwijtgeraakt en gedegradeerd tot de zijkant van het warenhuis, dat de ingang aan de Spuistraat en de Grote Marktstraat had. Perry Sport was er ook een tijd in gevestigd, maar aan het Spui was er ook toen geen ingang.
Dat veranderde begin 2026. Het monumentale pand heropende als Universiteitscampus Spui met het Spui als enige ingang. Hier vinden de Universiteit Leiden, de Open Universiteit, het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en Universiteiten van Nederland (de koepel van veertien Nederlandse universiteiten) onderdak. De nieuwe naam van het gebouw staat in toepasselijk lettertype op de gevel boven de entree.
In het kader van de nieuwe functie is het interieur vrijwel volledig gewijzigd. Achter de gevel ligt nu een grote hal met een zeer brede houten trap, die naar de verdiepingen leidt. Van het oorspronkelijke gebouw resteert binnen eigenlijk alleen nog het trappenhuis met glas-in-lood aan de kant van de Spuistraat.
Hoewel de gevel aan de Spuistraat weer geheel is vrijgelegd, is helaas de gelegenheid niet te baat genomen om de zwaar vervuilde beelden schoon te maken.
Dat veranderde begin 2026. Het monumentale pand heropende als Universiteitscampus Spui met het Spui als enige ingang. Hier vinden de Universiteit Leiden, de Open Universiteit, het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en Universiteiten van Nederland (de koepel van veertien Nederlandse universiteiten) onderdak. De nieuwe naam van het gebouw staat in toepasselijk lettertype op de gevel boven de entree.
In het kader van de nieuwe functie is het interieur vrijwel volledig gewijzigd. Achter de gevel ligt nu een grote hal met een zeer brede houten trap, die naar de verdiepingen leidt. Van het oorspronkelijke gebouw resteert binnen eigenlijk alleen nog het trappenhuis met glas-in-lood aan de kant van de Spuistraat.
Hoewel de gevel aan de Spuistraat weer geheel is vrijgelegd, is helaas de gelegenheid niet te baat genomen om de zwaar vervuilde beelden schoon te maken.
Bronnen
Radboud van Beekum, Architect Jan Kuijt Wzn. 1884-1944. Bouwen voor Vroom & Dreesmann (Uitgeverij Stokerkade, 2018).
Botine Koopmans en Dick Valentijn, Een hechte verbintenis. Beelden en architectuur in Den Haag. Dienst Stedelijke Ontwikkeling, afdeling Monumentenzorg (Gemeente Den Haag/Uitgeverij Stokerkade 2011).
Ingezonden door Gert-Jan Lobbes
Professionele of persoonlijke bandVoor deze bijdrage hebben Marcel Westhoff en ik in 2018 de krachten gebundeld. In 2026 heb ik foto's en informatie toegevoegd naar aanleiding van de herbestemming.
Gerelateerde objecten